Door mr. Frank R. Sterel, notaris/partner bij Sterel Notarissen
Sommige uitspraken van de Hoge Raad lees je met beroepsmatige belangstelling.
En soms met nét iets meer belangstelling dan gemiddeld.
Vandaag behoort voor mij tot die tweede categorie.
Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een procedure waarin mijn beroep op het notariële verschoningsrecht centraal stond. Het Openbaar Ministerie was in cassatie opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat er geen zeer uitzonderlijke omstandigheden waren die doorbreking van dat verschoningsrecht rechtvaardigden.
De uitkomst: het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie is verworpen.
Een uitspraak die mij persoonlijk natuurlijk niet geheel onverschillig laat.
Maar belangrijker is het beginsel dat erachter schuilgaat.
Een notaris moet soms vooral kunnen zwijgen
Het verschoningsrecht is geen aardig privilege dat de wetgever ooit aan notarissen heeft meegegeven. Het beschermt in de eerste plaats de cliënt.
Wie naar een notaris gaat, moet erop kunnen vertrouwen dat hetgeen hem in die hoedanigheid wordt toevertrouwd niet zonder meer bij een opsporingsinstantie terechtkomt.
De Hoge Raad formuleert het fundamentele uitgangspunt helder: het maatschappelijke belang van waarheidsvinding moet in beginsel wijken voor het maatschappelijke belang dat iemand zich vrijelijk en zonder angst voor openbaarmaking tot een verschoningsgerechtigde kan wenden.
Dat verschoningsrecht is niet absoluut. Bij zeer uitzonderlijke omstandigheden kan het worden doorbroken. Maar juist omdat het om een uitzondering op een fundamenteel beginsel gaat, stelt de Hoge Raad daaraan zware eisen.
Niet: dit document zou misschien interessant kunnen zijn.
Niet: we hebben een zoekterm geraakt.
Maar een concrete beoordeling van onder meer de aard en ernst van de verdenking, de inhoud van het materiaal, het belang van de cliënt en de vraag of de informatie ook op een andere manier kan worden verkregen.
Een digitale hooiberg blijft een hooiberg
Dat is in een tijd van digitale dossiers misschien wel relevanter dan ooit.
In deze zaak bevonden zich tussen het materiaal documenten die vele jaren teruggingen. De rechtbank vond onvoldoende concreet gemaakt wat bij een belangrijk deel daarvan de directe relatie met de strafrechtelijke verdenking was. Ook speelde mee dat gegevens soms via andere bronnen, zoals de Kamer van Koophandel of het Kadaster, konden worden verkregen.
De Hoge Raad laat dat oordeel in stand. Het enkele feit dat informatie mogelijk relevant is voor de waarheidsvinding, maakt een doorbreking van het verschoningsrecht nog niet noodzakelijk. De vereiste directe relatie met het vermoedelijke strafbare feit moet voldoende kunnen worden vastgesteld.
Dat lijkt misschien juridisch-technisch.
Dat is het ook.
Maar de gedachte erachter is verrassend eenvoudig: wie in een digitale hooiberg zoekt, krijgt daarmee nog niet automatisch recht op de hele hooiberg.
En openbare stukken dan?
Op één punt corrigeert de Hoge Raad de rechtbank overigens wel.
Stukken die zelfstandig uit openbare registers kunnen worden geraadpleegd, vallen als zodanig niet onder het verschoningsrecht. Dat kan anders zijn wanneer zo’n stuk onderdeel vormt van andere verschoningsgerechtigde stukken. Interessant genoeg leidde die correctie niet tot vernietiging: het Openbaar Ministerie kan dergelijke openbare stukken immers zelf verkrijgen.
Ook dat is eigenlijk een tamelijk nuchtere gedachte.
Wat openbaar is, mag worden opgezocht.
Wat aan een notaris in vertrouwen is toevertrouwd, is een ander verhaal.
Vertrouwen is geen formaliteit
Voor het notariaat is deze uitspraak relevant omdat ons ambt uiteindelijk draait om vertrouwen.
We identificeren cliënten, onderzoeken transacties, stellen vragen, voldoen aan de Wwft en hebben een belangrijke rol bij het bewaken van de integriteit van het rechtsverkeer.
Maar tegelijkertijd moeten cliënten vrijuit met hun notaris kunnen spreken.
Juist die twee verantwoordelijkheden kunnen soms schuren.
Het verschoningsrecht trekt daar een principiële grens. Geen ondoordringbare muur, maar wel een grens waar niet lichtvaardig overheen mag worden gestapt.
Een notaris moet soms vooral kunnen zwijgen en zijn rug recht kunnen houden.
Mijn dank gaat in dit geval met name uit naar onze advocaten, Linda van der Hut en Renate Croes, voor het fantastische werk dat zij hebben verricht, en ook naar de KNB, die mij en mijn collega in deze aangelegenheid alle mogelijke steun heeft gegeven.
mr. Frank R. Sterel
notaris/partner | Sterel Notarissen
Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1528 en ECLI:NL:HR:2026:1527.
Nieuws
Het verschoningsrecht staat nog steeds. Gelukkig maar.

Een vraag of direct advies nodig?
Bel ons voor persoonlijk advies, of mail ons en we nemen snel contact met je op.