Door mr. Tjerk J. de Vries, partner bij Sterel Notarissen
Een vereniging die haar eigen statuten niet meer kan wijzigen. Een vastgoedhandelaar die zich niet achter waarschuwingen van de notaris kan verschuilen. Een erfenis die onverwacht in een huwelijksgemeenschap valt. Een medewerker die na dertien maanden gebrekkige urenregistratie haar baan verliest. En de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie die moet uitleggen waarom bepaalde vergaderinformatie niet openbaar is gemaakt.
Vijf verschillende rechtsgebieden. Vijf rechterlijke uitspraken. Maar één gemeenschappelijke vraag:
Wanneer bieden regels bescherming en wanneer worden zij juist een obstakel?
De recente rechtspraak laat zien dat het antwoord genuanceerder is dan menigeen denkt.
1. Een vereniging gegijzeld door haar eigen statuten
Stel: een vereniging wil haar statuten moderniseren. Maar volgens diezelfde statuten moeten alle leden op de vergadering vertegenwoordigd zijn én moet iedereen vóór stemmen.
In theorie een prachtige waarborg voor democratische besluitvorming. In de praktijk soms een recept voor bestuurlijke verlamming.
Dat overkwam een vereniging die, ondanks meerdere pogingen, niet aan het vereiste quorum kon voldoen.
De Rechtbank Rotterdam bood uitkomst door op grond van artikel 2:8 lid 2 BW ontheffing te verlenen van de betreffende statutaire quorumeis.
Daarmee waren overigens niet alle procedurele eisen verdwenen. De overige toepasselijke vergadervereisten moesten nog steeds worden nageleefd.
De juridische les: statuten zijn geen onaantastbare werkelijkheid. Wanneer toepassing van een statutaire bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan onder omstandigheden ruimte bestaan om daarvan af te wijken.
Voor verenigingen en andere rechtspersonen is dit een belangrijke waarschuwing: denk bij het opstellen van statuten niet alleen aan bescherming, maar ook aan bestuurlijke werkbaarheid.
Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7721.
2. De notaris heeft gewaarschuwd. Is de verkoper daarmee veilig?
Een vastgoedbedrijf verkocht landbouwgrond aan particuliere beleggers. De aantrekkingskracht? De mogelijkheid dat de grond ooit een andere bestemming zou krijgen en daardoor aanzienlijk in waarde zou stijgen.
Maar de informatievoorziening bleek misleidend, ontoereikend en op essentiële onderdelen onvolledig.
Het vastgoedbedrijf verwees naar waarschuwingen in de koopovereenkomst. Bovendien had de notaris de kopers voorafgaand aan de levering op de risico’s gewezen.
Toch mocht dat niet baten.
De Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat sprake was van een oneerlijke handelspraktijk. De verkoper moest de koopsom terugbetalen.
De juridische les: een notariële waarschuwing kan de eigen informatieplicht van een professionele verkoper niet vervangen.
Dat onderscheid is fundamenteel. De notaris heeft een zelfstandige zorgplicht, maar neemt daarmee niet de verantwoordelijkheid over voor misleidende commerciële informatie.
Een interessante uitspraak, juist omdat in andere grondhandelzaken een zorgvuldig waarschuwende notaris met succes aansprakelijkheid heeft kunnen afweren.
Rechtbank Noord-Holland, 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11954.
3. Een Engelse erfenis, een Nederlands huwelijk en een onverwachte uitkomst
Een Nederlandse man en een Engelse vrouw trouwden in 2012 in het Verenigd Koninkrijk. Na hun huwelijk gingen zij in Nederland wonen.
Toen de vrouw een erfenis van haar ouders ontving, bleek die onder het toepasselijke Nederlandse huwelijksvermogensrecht in de algehele gemeenschap van goederen te vallen.
Dat was wellicht niet wat zij had verwacht.
Omdat partijen geen huwelijkse voorwaarden hadden gemaakt en de ouders geen uitsluitingsclausule in hun testament hadden opgenomen, behoorde de erfenis tot de gemeenschap.
De rechtbank vond deze uitkomst niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De juridische les: internationaal trouwen betekent niet automatisch dat het buitenlandse huwelijksvermogensrecht van toepassing blijft.
Bovendien is het tijdstip van het huwelijk essentieel. Voor huwelijken die vóór 1 januari 2018 onder het toenmalige Nederlandse wettelijke stelsel vielen, gold in beginsel de algehele gemeenschap van goederen. Onder het huidige wettelijke stelsel ligt dat voor erfenissen in beginsel anders.
Internationale echtparen doen er daarom verstandig aan hun huwelijksvermogensrecht tijdig te laten beoordelen.
Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26329.
4. Dertien maanden verkeerde urenregistratie. Wie draagt de verantwoordelijkheid?
Een medewerkster van een notaris- en advocatenkantoor hield haar uren gedurende dertien maanden niet of onvoldoende bij volgens de geldende instructies.
Toen zij daarop werd aangesproken, gaf zij inconsistente verklaringen.
Het gerechtshof oordeelde dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig was verstoord dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd was.
Maar er zat een belangrijke nuance in de uitspraak.
Het hof vond niet dat sprake was van de afzonderlijk aangevoerde ontslaggrond verwijtbaar handelen of nalaten.
Van een werkgever mag immers worden verwacht dat hij de urenregistratie controleert en medewerkers tijdig aanspreekt op tekortkomingen. Zeker wanneer een nieuw registratiesysteem is ingevoerd.
De juridische les: werkgevers kunnen niet langdurig tekortkomingen laten voortbestaan en vervolgens alle verantwoordelijkheid bij de werknemer neerleggen.
Goed werkgeverschap vraagt ook om toezicht, duidelijke instructies en tijdige correctie.
Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2698.
5. Ook de KNB moet haar kaarten op tafel leggen
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) kreeg opnieuw met de Wet open overheid te maken.
Eerder was geoordeeld dat geluidsopnamen van ledenraadsvergaderingen openbaar moesten worden gemaakt. De KNB publiceerde daarop transcripten, maar liet bepaalde passages weg.
De vraag was of dat terecht was.
De Rechtbank Den Haag oordeelde dat het enkele feit dat tijdens een besloten vergadering over pensioenen was gesproken, niet automatisch betekende dat de betreffende informatie onder een geheimhoudingsplicht uit de Pensioenwet viel.
De KNB moest nader motiveren waarom die passages waren weggelaten.
De juridische les: ook een publiekrechtelijke beroepsorganisatie moet een beroep op geheimhouding concreet kunnen onderbouwen.
Transparantie is niet alleen een beginsel dat het notariaat van anderen mag verlangen. Het geldt, binnen de wettelijke kaders, ook voor de eigen beroepsorganisatie.
Rechtbank Den Haag, 4 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27654.
Wat verbindt deze vijf uitspraken?
Het recht bestaat uit regels. Maar de toepassing daarvan vraagt voortdurend om een afweging tussen formele voorschriften, gerechtvaardigde belangen en concrete omstandigheden.
Een statutaire bepaling mag een vereniging niet zonder meer verlammen. Een verkoper kan zich niet achter de notaris verschuilen. Een internationale erfenis volgt niet noodzakelijk de verwachtingen van de erfgenaam. Een werkgever heeft naast rechten ook verantwoordelijkheden. En een beroepsorganisatie moet geheimhouding kunnen rechtvaardigen.
De belangrijkste les? Juridische zorgvuldigheid begint waar het klakkeloos toepassen van regels ophoudt.
Juist daarom is goede juridische begeleiding meer dan het controleren van documenten of het toepassen van wetsartikelen.
Het gaat om vooruitdenken. Risico’s herkennen. Belangen afwegen. En waar nodig voorkomen dat een juridisch probleem ontstaat.
Dat is uiteindelijk waar het notariaat zijn toegevoegde waarde bewijst.
mr. Tjerk J. de Vries
Partner | Sterel Notarissen
Nieuws
Regels zijn regels. Of toch niet? Vijf rechterlijke uitspraken die tot nadenken stemmen

Een vraag of direct advies nodig?
Bel ons voor persoonlijk advies, of mail ons en we nemen snel contact met je op.